mm 1 6.2
Einde van een vakantie
Zo omzichtig, moest dat? Estrice probeerde geamuseerd toe te kijken hoe haar
vriendin Hesta de stuwwal afdaalde. Zelf had ze het wat
te kordaat gedaan. Oké, het was net niet fout gegaan, had zo niet gemogen. Net
niet buitelendend was ze op de grillige ijsvloer
terecht gekomen. Hesta die wel wist hoe het moest.
Elke stap met haar stokken. Zo plakken sneeuw op haar werpend. Ze haar
bril moest schoonmaken. De wind de kans kreeg haar ogen te teisteren met venijnige
ijskristallen. Toch bleef ze waakzaam toekijken. Om ging het mis ze op te vangen.
De ijsschotsen mochten dat niet doen. Glitterend in de lage zon keken die eveneens
toe. Terwijl de felle kou hun scherpe kanten aanzette. Alsof ook die door
hadden dat ze bekaf waren en daardoor geneigd tot te veel risico’s.
Tot nu toe al dit soort obstakels ongeschonden overwonnen. Moest zo blijven.
Morgen was het fijn over de nu voor ze liggende ijsvlakte van het Hollandse Haf
met een doordouwende nd wind in de rug op schaatsen
naar weer thuis glijden.
Hesta eenmaal beneden keerde ze zich naar de
ijsvlakte De daarop ketsende lage zon dwong haar de sneeuwbril weer op te
zetten. Net toen Hesta de sneeuw van haar
pak klopte. Ze die weer moest poetsen. Ze begonnen elkaar te irriteren. ‘Hesta!’. Die verschrikt op keek. ‘Het is goed zo’. zei ze
weer helmaal gelukkig met haar vriendin. Die tegen een ijsschots leunde. Ze even tijd kreeg om te genieten van de luwte vlak
tegen de hoge ijshelling. In de verte vaag
kreunen en met hoge tonen kraken van de ijsvloer te horen. Het werd vloed. Die in
net late najaar met stormen die ijswal had opgekruid. Een verraderlijke stapeling
van ijsschotsen toegedekt met sneeuw.
‘Jouw aanpak was iets te riskant. De rest lijkt meeen
makkie’. Hesta’s gebruikelijke inschattingen van wat
ze te wachten stond. Weer helemaal klaar voor het vervolg van hun tocht door
deze ijswildernis. Die ze zonder haar
nooit tot een goed einde had kunnen brengen. Die vertrouwd met de natuur wist wat
wel en niet kon
Het was later geworden dan voorzien. Een opening niet kunnen vinden naar het Haf. Ze daarom de stuwwal hadden genomen. Daarbij
even vergetend z’n onder dikke sneeuw verborgen schotsen en spleten. Waardoor de
oversteek uitputten en tijdrovend was geworden. Misschien ook wel omdat ze aan
het eind van vakantie waren. Ze onbewust verlangden dat het over en uit was met
al die uitdagingen. Waarvoor ze hadden gekozen. Ze zich zes weken geleden met
een hopper in het Boheemse hadden laten droppen. Voor een trektocht tweug over vlakten, meren en rivieren, door bossen naar hun
lage deltaland. De daar wonende vaak verslaafd aan dergelijke uitdagingen.
Als de winter ze goed mogelijk maakte. Een trektocht met ook verrassingen van
een antiek verleden. Zich vanaf heuvels verradend met rechtlijnige patronen in
het lanndschap. Eenmaal te plekke met ruïnes. En dan even
snuffelen aan die tekens van die hier eens vergane wereld. Zoeken naar informatie
en maken van films. Voor thuis verder uitvlooien wat ze hadden ontmoet. Hesta vaak niet verder te krijgen. Ze haar moest
herinneren aan de gebruikelijke afsluiting van elke dag. Ook nu weer in een herberg
van het natuurpark Eurazië. Waar de liefhebbers van deze uitdagende natuur zich voor de nacht verzamelden.
Om elkaar te ontmoeten en relaties te leggen. En om het ook hier schaarse te bejagen. En daarvoor moest je wel
op tijd zijn.
Eens heel lang geleden, volgens de geschiedenis, of waren het al legenden,
was het hier totaal anders geweest. Had een overdosis mensen deze nu zo
machtige natuur kaal gesloopt, plat geplaveid, verkaveld en vol gebouw. Tot ver
over het grensdraagvermogen van de natuur. De oceanen die te warm werden en extreem
weer veroorzaakten. Golfstromen die zich verlegden. Waarmee deze regio een Noordpool
het klimaat kreeg. Orkanen en regens die rivieren slopend maakten. Waar mee het
hier leven niet meer leuk werd.
Mensen zelfs moesten vluchten. Na weer een zondvloed. Het twee kilometer dik
ijs op de Zuidpool dat in beweging kwam, de oceaan in gleed. Daarin een golf
veroorzaakte die steden aan de kust wven onder water
zetten. Die engten als tussen Frankrijk en Engeland torenhoog opstuwde. Die daar
de lage landen glad spoelde en van een bak zand voorzag. Dat winden verwaaide
tot alles toedekkende duinen. De Vlaanse Duinene die ze al in zagen liggen.
Waarna het klimaat zich kon herstellen. De voor hun regio belangrijke warme
golfstroom niet. Die nu met een regime
van zonnige zomers en strenge winters goed maar Spartaans bewoonbaar. Moeten leven van vooral de natuur. Wat velen niet
zagen zitten en het zuiden verkozen. Met de Sahara daardoor koeler en vochtig, een
fraai subtropisch prettig oord.
Het hoe en waarom van dat verleden. Volgens antieke films een toch wel boeiende
en cultureel interessant tijd. Iets in de geest van wat ze nu in het zuiden
hadden. Maar veel ruiger. Overheerst door een te veel aan testosteron, het mannetjes
maken. Die zich moesten bewijzen tot op al het mogelijke. Zo nodig met geweld. En toen ook dat voor ze
fatale. Waarmee het mannelijk zich beperkte tot het strikt noodzakelijke. Door Selectie
op rond één op tien gebracht. Estrice en Gesta die voor deze
dienst werkten.
De evolutie, die met het fenomeen ‘mens zijn’ daaardoorheen
verder ging. Het ‘ik denk en dat ben ik’. Daarmee kunnen bedenken en maken. Van
wapens, materieel en geestelijk. Ook wetenschap, die verlichten. Die uit kwam
op het mens zijn van zowel mannen als vrouwen. Er alleen nog sprake was van mensen.
Rn dat weer naar bedacht. Zich daarmee materieel verlengen. Lichamelijk mert gereedschappen, kleding, wapens. Het brein met algoritmen.
De taal waarmee dat denken mogelijk werd.
Mens zijn nu begrepen als licht van een lamp dat niet die lamp is. Wel naar
de aard daarvan. Ons materieel er zijn met die materiële verlenging en drifren en instincten. Een filter waardoor we e de wereld zien
en belven.. Estrice diemede filterspecialist was. Met volgens Hesta daarmee
problemen.
Denken en bedenken al ingeleid door de voorfamilie. Dieren die ogen kregen
om te zien en een brein om daarop te reageren.
Die zo een immateriële beleving
kregen van de wereld waarin
ze zijn. Al naar ze daarnaar waren. Waarmee de wereld ziende werd.
Dierern die talen ontwikkelden
om met elkaar te kunnen communisten en samen te werken. Dolfijnen, bultruggen
die samen vissen vangen. Dieren
waarmee we praten. Daardoor vaak onze beste vriend.
Talen die denken, bedenken en maken mogelijk maakten. Dieren die zich
materieel gingen verlengen met gereedschappen en kennis hoe ze gebruiken, Waarmee een van zichzelf bewust worden
ontstond. De menselijke soorten die deze talen verder ontwikkelen. AI bedachten.
Met nog ongekende mogelijkheden. Die Estrice mede verontrusten.
Het denken en bedenken waarmee de wereld waarin en waaruit we zijn zich
openbaarde, De voor ons praktisch bruikbare natuurwetten. Tot op de grenzen eeer van. De filosafie van thesen
met antithesen, op gelost met synthesen, met weer antithesen. Tot op eindsynthesen.
De ontwikkeling van alles wat we maken tot op het kan niet beter. Het praktisch volmaakt bruikbare. Bedrijven
in concurrentie met elkaar die zo uitkoemn op het
praktisch volmaakt duurzame tot generaties bestendige. Als markten het dus voor
het zeggen hebben. Die producten die niet beter kunnen dan ook zo duurzaam mogelijk
willen en maakbaar.
Waarmee heel veel maken niet meer nodig werd. Vervangingsmarkten weg vielen.
Waardoor de economie van maken en consuneren tendeerde
naar die van bezitten en dat beheren en
behouden.
Eindsyntheses die komend generaties steeds rijker maakt. Maar met alleen een privaat kapitalisme al naar naar geërfd. De rijken die steeds rijker werde,. Met steeds meer bezitten en daarmee die
concurrentie uitschakelen, die opkopen. Bezit waarvoor een plek op aarde met
huisvesting nodig is, Dat zich met vastgoed
de hoogte in laat te vermenigvuldigen. In
overvolle steden met dan ter plekke geen concurrente. Dus duur te verhuren. Door
de daarmee vanzelf steeds rijker wordende rijken. De toen vastgoed multimiljardairs.
Als zinloze badeenden op peperdure
jachten dobberend in belastingvrije havens. Met alle tid
voor hobby’s. Ook in de politiek, om hun positie veilig te stellen. Due te vrijwaren vandemocratie. Me
bestaanszekerheid voor iedereen. Gebaseerd op med collectief
bezit, van het voor iedereen essentiele, Voor wonen, energie, mobiliteit,
communicatie. Daarmee mede een publiek kapitalisme. Als nasis voor bezitten en een inkomen
voor iedereen. Dat met die badeenden het voor het zeggen niet mocht mogen. Samenlevingen
met te ectreme verschillen in welzin die ten gronde
dreigden te gaan.
En toen als verlossing die fatale mutatie. Waarmee zij vrouwen het voor het
zeggen kregen. De baas ook over eigen buik werden. Waardoor de mensheid binnen
een eeuw halveerde. Dat generaties bestendige
daarmee in overdaad. En spotgoedkoop. Blij dat iemand iets wilde hebben en
beheren en behouden. Waarin vrouwen vooral goed in waren.
Had zo moeten zijn, was nu vooral het verhaal. Een kosmisch gewilde stap in hun evolutie. Die zij vrouwen hadden
geconsolideerd toen bleek hoe gaaf die voor ze uitpakte. Geen zomaar
moeten mogen meer.
‘Kijk, Estrice,
daar in de verte, een pack wolven.’ ‘Zouden ze ons gezien hebben antwoordde ze, Blij even verlost te wordenvan
haar sombere gedachten. Muisstil naast elkaar te zien hoe de dieren moeiteloos
over de besneeuwde duintop renden. En in
een bosschage te te verdwijnen. De vele wilde dieren die ze hadden
ontmoet en kunnen bewonderen. Waarop ze in het najaar gingen jagen.
De oever weer met weer ijsschotsen. Achter een duin de herberg. Ongetwijfeld eens aan het water. Inmiddels in
opgewaaide duinen. ‘Toch nog weer even een stevige klim’, verzuchte Estrice.
Met hun doel bijna bereikt voelde ze hoe
moe ze was.
De herberg een variant op de standaard eens ervoor in de duinen. Uit de
tijd dat die zich nog vormden. Een hotel met verdiepingen hoog boven het maaiveld
op een kolem. Verpakt in een schort van boomstammen. Ter
bescherming tegen zandstralende winden. Ongetwijfeld eens verzameld langs de oevers
en op de platen waar ze toen door rivieren gesloopt uit bossen overvloedig te
vinden waren. Zo te zien voor de helft in het opgewaaide duin. Nu overwoekerd
en beschut door klimop.
Een netwerk van op dagtocht afstand herbergen en hutten die het natuurpark Eurazië prettig te bezoeken makte.
Met elke herberg wel iets unieks. Deze met
op de kolom een gemetselde kraag op
betonnen krullen. Daarop een stervormige metalen bovenbouw van vier
verdiepingen. Op het dak een terras, waarop mensen te zien en en muziek te horen. Een
gezellig samen zijn. Ook op de bovenste verdieping met grote ramen. Met ongetwijfeld
een apart en kunstzinnig interieur. De combinatie van het duurzame met vrouwelijke
creativiteit. Het graag met handen bezig willen zijn. Fraai afgestemd op het
verwennen van twee uitgeputte vrouwen. Een heerlijk vernuftig na al dat puur natuur.
En met zwervers. Die deze erbergen ook graag aandeden. Een vermogen fraai renderend over al vele
generaties heen. Naar het principe van hun Basis, Het uiterst mogelijke in ascese.
En voor iedereen. Dit alles voor eeuwig.
Niets mocht dit samen bezitten en er van genieten bederven. Estrice voelde weer die somberte in zich opwellen.
Nog één duin te gaan. Al ingelopen en daardoor makkelijk. Een laatste klim naar
de trap. Die zo te zien diep onder het plaveisel begon. Op het
rerras even rondkijken. ‘Moet je zien Hesta wat we vandaag gedaan hebben.’ Toch wel een lastig stukje
ijswoestijn. En je was weer geweldig. ’
Eenmaal binnen was er gelukkig een lift. Hun entree weer het gebruikelijk beoordeeld
worden door vele ogen. De gloed van de kou nog stralend in haar lichaam was het
ook hier zeker Spartaans frisse even adembenemend. Eenmaal gewend zich presenterend,
Hesta met haar hoogblonde krullen. en zij een
diep zwart glanzende kroeskop. Beide opvlammend in het warme licht. Naar de
balie lopend het vrouwelijk beseffend dat
concurrentie aantrad. Maar de meesten al lang binnen en niet meer te jagen. Terwijl
ze boekte keek Hesta of er bekenden waren.
De herberg had een buis op het Haagse. Ze kon dus van alles bestellen. De
keuze die Hesta altijd aan haar over liet. Meer geïnteresseerd
in de aanwezigen en wie ze even gedag moesten aeggen.
Deze laatste maaltijd van hun vakantie moest een waardig afscheid worden. Ze
nam er dan ook alle tijd voor. Morgen
thuisweer het harde regime van verantwoord en gezond eten. Eenmaal besteld naar
hun kamer. Alles uit en de vermoeidheid van die dag afspoelen. Onder de douche
elkaar masseren, lang en innige spanning
in hun vermoeide lichamen opwekkend. De mutatie die ook dat mogelijk had
gemaakt. Het zonder ze kunnen.
‘Die twee zijn er ook weer. Die jongere zwaaide al’. Estrice begreep
wie ze bedoelde.‘Die van alles over ons werk wilde weten.’De jongere mooi zacht
bruin en goed gebouwd, iets te tanig misschien, en heel charmant. Een schatje volgens
hesta. Die het heel goed met de wat oudere had kunnen
vinden. Vooral toen bij die ruines uit een antiek verleden. Dat ook hem
mateloos boeide. En waarvan zij veel kon vertellen. Waar hij notities van
maakte, op papier. Was net als zij een schrijver? Ook tekende hij. Niet onverdienstelijk.
Ze deden aan bergsport. Hadden een
voor een mannen meer dan gebruikelijke educatie, en opvallend goed in de conversatie.
Met wel dat rare willen weten hun vak. En daar veel van weten. Haar gevoel te
worden uitgehoord. Over haar specialisatie
oop het Y. En hoe wisten ze daarvan? Vooral die
oudere. Ok al zo atletisch mooi, en onderhoudend. Leuke
ontmoetingen waar zemet iets van heimwee aan terug
dacht.
Twee keer ontmoet en zich haast aan ze opdringend. Hier voor wintersport? Om zich te goed te doen aan het daardoor hier ook
fraai vrouwelijk? Nogal anders dan die van het zuiden. Wat waren dit voor
mannen, waar kwamen ze vandaan?
Burton en Kervin. Ze hadden een horst in de
zuidelijke bergschtige. ‘Hesta.,
moesten ze niet naar het zuiden, en wat doen ze dan hier’? ‘Wat kan ons dat
schelen. Sinds wanneer bekommeren we ons over de herkomst van zwervers? Ze
duiken op en verdwijnen weer in het niets, zijn slechts incidenten. Als ze ons
zo nodig moeten waarom dan niet’ We gaan eerst uitvoerig dineren, En dat zonder
ze. ‘We zien wel'. Estrice knikte instemmend en
genoot weer van die zelfverzekerdheid van haar vriendin. Het eten was fantastisch,
de wijn verrukkelijk. Daarna gezellig met de anderen samen zijn. Op muziek
elkaar benaderen. Daarbij ook Burton. ‘Ze
ging morgen naar hun roedel´. Wilde hij wel eens mee kennis maken. ‘Moest
mogen’, besliste. Hesta die gegevens uitwisselde.