mm 1   8.5

 

 

Einde van een vakantie

 

‘Zo moest het dus’. Grimlachend keek Estrice  toe hoe Hesta de stuwwal afdaalde. Zelf had ze het wat te kordaat gedaan. Had fout kunnen gaan, niet zo gemogen. Net niet buitelend was ze op de grillige ijsvloer met ijspieken terecht gekomen.

Hesta die met haar stokken sneeuw op haar gezicht wierp. Ze haar zonnebril moest afzetten om schoon te vegen. De harde wind de kans kreeg haar ogen te teisteren met prikkend stuifsneeuw. Toch bleef ze waakzaam toekijken. Om ging het mis haar vriendin op te kunnen vangen. Die ijsschotsen mochten dat niet doen. Glitterend in de lage zon eveneens toekijkend. Terwijl de felle kou hun scherpe kanten aanzette. Alsof ook zij door hadden dat ze bekaf waren en daardoor geneigd tot te veel risico’s.

Tot nu toe al dit soort obstakels ongeschonden overwonnen. Moest zo blijven. Morgen weer fijn over de nu voor ze liggende ijsvlakte van het Hollandse Haf met een doordouwende wind in de rug naar naar thuis glijden.

Hesta eenmaal beneden klopte haar jack afklopte.  Waardoor ze haar de sneeuwbril weer moest poetsen. ‘Hesta!’. Die verschrikt op keek. ‘Nee, niets, is goed’ riep ze weer helmaal gelukkig met haar Hesta weer veilig naast zich. Die  tegen een ijsschots leunde om bij te komen.  

Ze  even tijd kreeg om te genieten van de luwte vlak tegen de ijshelling.  In de verte vaag kreunen en met hoge tonen kraken van de ijsvloer horen. Het werd vloed. Die in het begin van de winter met stormen die ijswal had opgekruid. Een verraderlijke stapeling van ijsschotsen daarna toegedekt  met sneeuw.  

‘Jouw aanpak leek me iets te riskant. De rest lijkt me een makkie’. Hesta’s gebruikelijke inschattingen van wat ze te wachten stond. Weer helemaal klaar voor het vervolg van hun tocht door de ijswildernis.  Die ze zonder haar nooit had kunnen volbrengen. Vertrouwd met deze natuur en wetend wat wel en niet kon.

Het was later geworden dan voorzien. Een opening naar het Haf in de stuwwal niet kunnen  vinden.  Die ze dus hadden te beklimmen. Een onder een dikke sneeuw verborgen stapeling van schotsen en met verraderlijke spleten. Waardoor de oversteek uitputten en tijdrovend was geweest. Misschien ook wel omdat ze aan het eind van vakantie waren. Ze onbewust verlangden dat het over en uit was met al die uitdagingen.

Waarvoor ze hadden gekozen. Zes weken geleden. Toen ze zich met een hopper in het Boheemse hadden laten droppen. Voor een trektocht terug over vlakten, meren, rivieren, door bossen naar hun deltaland. De daar wonende vaak verslaafd aan dergelijke uitdagingen. Als de winter dat goed mogelijk maakte.

Een trektocht met ook z’n verrassingen van een antiek verleden. Waar Hesta vooral in geïnteresseerd was.  Zich vanaf heuvels verradend met rechtlijnige patronen in het landschap. Ter plekke met ruïnes. En dan even snuffelen aan die tekens van dat hier eens vergane. Zoeken naar informatie en maken van films. Voor thuis verder uitvlooien wat ze had ontmoet. Hesta dan vaak niet verder te krijgen.

Lange dagen, met  afsluiting in een van de herbergen van het natuurpark Eurazië. Waar de liefhebbers van deze  uitdagende natuur zich voor de nacht verzamelden. Om elkaar te ontmoeten, relaties te leggen. En om het ook hier  schaarse te bejagen. En voor dat laatste moest je wel op tijd zijn.

Eens heel lang geleden was het hier totaal anders. Had een overdosis mensen deze nu zo weelderige natuur kaal gesloopt, plat geplaveid, verkaveld en vol gebouw. Tot ver over het draagvermogen van de natuur. En niet allen hier.  De oceanen die te warm werden en extreem weer veroorzaakten. Golfstromen die zich verlegden. Waarmee deze regio een Noordpool klimaat kreeg. Regens die rivieren steden slopend maakten. Waardoor het hier wonen en werken niet meer leuk was. Mensen ook moesten vluchten.

Vooral na de zondvloed. Het twee kilometer dikke ijs op de Zuidpool dat in beweging kwam, de oceaan in gleed. Daarin een vloedgolf veroorzaakte. Die steden aan de kust verwoeste. In zee-engten als bij Calais torenhoog werd opgestuwd. Een muur van water die de lage landen had glad gespoeld en bedekt met zand en slip. Dat winden hadden verwaaid tot alles toedekkende duinen. De Vlaanse Duinen die ze zagen liggen.    

Met het klimaat nu wel serieus genomen, energietransitie gelukt kon de regio zich herstellen. De daarvoor belangrijke warme golfstroom echter niet. Daardoor  nu met een regime van zonnige zomers en strenge winters  Spartaans bewoonbaar. Wat velen niet zagen zitten. Die naar het zuiden emigreerden. Met de Sahara daardoor ook koeler en vochtig, een plezierig subtropisch oord.

Het hoe en waarom van dat verleden? Volgens antieke films toch wel een boeiende en cultureel interessante tijd. Iets in de geest van het zuiden. Maar veel ruiger. Overheerst door het zich moeten bewijzen als de sterkste en daarmee het beste voor de soort. .Van vooral mannen, en net als bij dieren zo nodig met geweld. Die daarvoor met bijvoorbeeld horens. Mannen met bedachte wapens. En al het mogelijke moeten mogen tot op oorlogen. 

Toen ook tot op dat voor ze fatale. Waarmee het mannelijk beperkt werd tot het strikt noodzakelijke. Door Selectie op rond één op tien gehouden. Estrice en Hesta die voor  die dienst werkten.  

De vrouwen die het daardoor voor het eggen kregen. Met geen instinkt zich te moeten bewijzen. Wel voor beheer en behoud van een nest vol en veilig.  Waarmee ze de al door mannen ingeleide afronding consolideerden. Van al het bedachte en gemaakte. Steeds meer tot op het praktisch volmaakt bruikbare en duurzame  en zelfs generaties bestendige. Daardoor steeds minder te maken en steeds meer een circulatie-economie met alles al hebben. En dat beheren en zien te behouden.   De noodwendige uitkomst van vrije markten. Wat bestendig is niet nog een keer willen kopen.

Die vrije markten die zij hadden opgeheven. Met alles alleen privaat bezit. Om daarmee heel rijk zich als de beste te bewijzen. De rijken die daarmee steeds rijker werden, Het geld immers hadden om het generaties bestenige zich toe te eigenen.  Met voor de niet rjjke de werkgelegenheid. Daarmee het moeten groeien van de economie. Dus steeds meer en blijven maken. Mogelijk gemaakt met een wegwerpeconomie.

   Met alles privaat ook het monopolie van plek in overvolle steden. Plek met ter plekke geen concurrentie. Te vermenigvuldigen met vast bestenig goed de hoogte in. De steden met torens, van rijken, duur te verhuren. De toen vastgoed multimiljardairs zo zorgeloos levend, als  zinloze badeenden op peperdure jachten dobberden in belastingvrije havens. Zich  boven alles en iedereen verheven wanend. Toen wereld wijd zo’n tien procent van samenlevingen. Met alle tijd voor feesten en beesten. Mannen op eilanden zich vermakend met jong vrouwelijk.

Tijd voor hobby’s en ook voor de politiek. Om hun posities veilig te stellen. Te vrijwaren van democratieën. Die  met dat steeds meer bestendig de economie van maken en consumeren in wilden transformeren in bezitten en dat beheren en behouden. Een transformatie  zij vrouwen voltooiden en consolideerden. Met mede een publiek bezitten van het bestendige voor iedereen essentiele. Daarmee een publiek kapitalisme introducerend als basis voor bestaanszekerheid voor iedereen. Vaak al ingeleid met openbare voorzieningen. Daarmee ook een herstel van het eens gemene. Zoals van plek op aarde, van z’n bodemschatten, natuur, de energie van zon, wind, rivieren. Waarbij de mannen recht kregen op twee keer de basis, en belastingvrij mogen bijverdienen.

Daarmee weer in balans met wat de aarde aan kon. Mede door  ook baas over eigen buik en daarmee het aantal mensen op aarde ook. Nu nog geen kwart van wat het eens was. Daarmee al het gemaakte in overdaad. Woningen te over. Torens die werden gesloopt. Met herstel van de vrije markt generaties bestendig en dus te behouden. Heel veel spotgoedkoop. Blij als iemand het wilde hebben en zien te behouden. Net vrijwel iedereen nu rijk door vererving.

Vrouwen die gingen samenleven. Erstice en Hesta die deel uit maakten van een roedel. Met als thema creatief existeren met en in de natuur en dat alles al in overvloed hebben.  Gemeenschappen gebaseerd op hun discour, samen de noemer overeenkomen waarop een ieder vrij zichzelf kon zijn. Met rechten en plichten. en die ook handhaven. Voor mannen tehuizen voor ook samen wonen en elkaar zorgen,

Roedels die geregeld weer uiteen vielen. Vrouwen die toch liever zelfstandig bleven. Met ook daarvoor plek en huisvesting in overvloed.

Ook in deze regio. Met hier en daar weer herstel van steden. En veel natuur en de mogelijkheid daarvan te leven. Een bio-industrie op basis van een dierwaardig leven in die matuur.

De vele ruines voor het delven van grondstoffen voor ook nu nog tmaken.

Een regio voor vrije tijdsbesteding. Mensen die z´n uitdagingen wilden. Met zo veel toeristencentra.

Een consolidatie met nauwelijks nog innovatie. Met het meeste wel bedacht. Behalve bij Selectie en dus het discour van mede Estrice en Hesta. Waarbij ook de aanleg van mensen aan de orde was. Zoals het vermijden van een te lijden leven. Wat  zich als heel goed mogelijk had bewezen.

Daarmee ook het filter te zien waardoor men de wereld ziet en dus beleeft. Het menselijk brein dat elektrisch functioneert en daarmee straalt, op de frequenties van belevingin en daarmee denken.  Straling die te lezen bleek en met AI te visualiseren. Met een door AI bedachte leeskeppel. Waarmee ieders filter te bekijken was. Een boeiend start voor verdere innovatie. Estrice die zich mede als filterspecialist had ontwikkeld.  

Dierlijk leven waarmee de wereld ziendewerd. Dieren die konden waarnemen, ogen en oren kregen om te zien en  tte horen. Konden ruiken en voelen. Een brein kregen voor de belevingen van die waarnemingen.  Een biologische computer voor radio en tv daarin. Met twee ogen en oren ruimtelijk. Dieren als vleermuizen die zien met geluiden die ze maken.

Een immaterieel fenomeen, in dat brein.  Dieren die talen ontwikkelden voor overleg en samenwerking. Jagen, vissen vangen, elkaar beveiligen.

Talen die denken, bedenken en maken mogelijk maakten. Zoals gereedschappen, nesten, holen. Materiële verlening van het materieel lichamelijke. Gecombineerd met programmering van het brein hoe te maken en gebruiken. Een programmering met elektronen en dus eveneens materieel.  

Wat zich met de menselijke soorten vervolmaakte. De soorten met steegs meer een beleving van ook zichzelf. Die in steeds complexer talen gingen denken. Met woorden die verhalen werden. Zinnen die verbanden legden.

Van deze soorten de homo sapiens die overleefde. Die zich beleeft als mens ´ik denk en dat ben ik. Dat is mijn essentie´. Naar dus de taal waarin men  leeft. Kinderen die pas na het vertellen van verhalen gaan denken en bedenken en daarmee mens worden.

Denken, een immaterieel fenomeen. Dat niet ons materiële zijn is maar vrij daavan. Net als licht van een lamp dat niet die lamp is. Maar wel naar de aard daarvan, z’n werking lens. Het filter waardoor die schijnt.

 Filters waardoor we de wereld zien, beleveng. Inmiddels te lezen . Op een scherm als een plaatje te presentern.  Handboeken die deze plaatjes duiden. Kunnen zien hoe stemmingen je filter beïnvloeden. Elkaars prenten vergelijken. Het ik zien naar het wij in roedels.Ieders unieke. Met grote variaties van simpel tot complex.  

De filters waarmee Estrice problemen had. Wat dat ze nog geheim hield. Waren mede persoonlijk. Hesta die er van wist. De filtertechnieken nog in ontwikkeling. Met belangstelling van Selectie, Handhaving, Consult. Het al buiten Selectie daarop selecteren. Ontwikkelingen volgens Estrice niet meer te beheersen. Daarmee een gevaar voor de consolidatie. Zomaar iets daarmee moeten. Moest dat altijd mogen?  Denk aan dat fatale voor mannen. ‘Wel een zegen voor ons vrouwen’ volgens veel vrouwen,  ‘Hadden we niet mogen missen’ wist ze volgens Hesta.

Die ineens ‘Kijk, Estrice, daar in de verte, wolven.’ riep. ‘Zouden ze ons gezien hebben’?  Antwoordde ze,  blij  daarmee verlost van haar sombere gedachten. De dieren die moeiteloos over een besneeuwde duintop renden en in een  bosschage verdwenen. De vele wilde dieren die ze hadden ontmoet en kunnen bewonderen. Waarop ze in de nazomer gingen jagen.

Op een duin nu de herberg goed te zien.  Ongetwijfeld eens aan het water gebouwd. Inmiddels tussen opgewaaide duinen. ‘Toch weer een stevige klim’,  verzuchte Estrice.  Met hun doel bijna bereikt voelde ze hoe moe ze was.

De herberg een variant op de standaard eens ervoor in de duinen. Uit de tijd dat die zich nog vormden. Hoog boven het maaiveld op een kolom. Verpakt in een schort van boomstammen. Ter bescherming tegen zandstralende winden. Eens te vinden langs de oevers van ze uit bossen slopende rivieren. Zo te zien voor de helft in het opgewaaide duin. Nu overwoekerd door klimop.

 Een netwerk van herbergen en hotels op dagtocht afstand dat het natuurpark Eurazië prettig te bezoeken makte. Met elke herberg  wel iets unieks. Deze met op betonnen krullen een natuurstenen kraag als drager van een  stervormig hotel met geverls van metalen frames met glas deels gekleurd en met figuraties.  Op het dak een overdekt terras waarop mensen te zien waren.  Ongetwijfeld ook weer door de eeuwen heen kunstzinnig ingericht en op gesierd. Optimale combinatie van het duurzame met vrouwelijke creativiteit. Fraai afgestemd op het verwennen van twee uitgeputte vrouwen. Heerlijk na al dat puur natuur.  En met zwervers. Die deze herbergen met ceel sportief vrouwelijk graag bezochten. En dan ook de betere.

Een vermogen fraai renderend over al vele generaties heen. Naar het principe van hun consolidatie. Het uiterste in ascese. En voor iedereen. Niets dat dit samen bezitten en er van genieten mocht bederven. Estrice voelde weer die somberte in zich opwellen.

Nog één duin te gaan. Al ingelopen en daardoor makkelijk. Een laatste klim naar de trap. Die zo te zien diep onder het plaveisel begon. Op het terras even rondkijken. ‘Moet je zien Hesta wat we vandaag gedaan hebben. Toch wel een lastig stuk ijswoestijn’.

Eenmaal binnen gelukkig een lift. Hun entree weer het gebruikelijk gepeild worden door vele kritische ogen. De gloed van de kou nog stralend in haar lichaam was het ook hier zeker frisse even adembenemend. Zich presenterend, Hesta met haar hoogblonde krullen. en zij haar zwarte kroeskop. Opvlammend in het warme licht. Naar de balie lopend het vrouwelijk beseffend  dat concurrentie aantrad. Maar de meesten al lang binnen en niets meer te jagen.

Terwijl ze boekte keek Hesta rond of er bekenden waren.  De herberg had de kleine buis op het Haagse. Ze kon dus van alles bestellen. De keuze die Hesta altijd aan haar over liet. Meer geïnteresseerd in wie ze gedag moesten zeggen. Deze laatste maaltijd van hun vakantie moest een waardig afscheid worden. Ze nam er dan ook alle tijd voor.  Morgen thuis weer het regime van verantwoord en gezond eten. Eenmaal besteld naar hun kamer. Alles uit en de vermoeidheid afspoelen. Onder de douche elkaar lang en innig masseren. Dat fatale waardoor ze het ook heel goed zonder ze konden.  

‘Die twee zijn er ook weer. De jongere zwaaide al’. Estrice begreep en voelde meteen wie ze bedoelde.‘Die van alles over ons werk wilde weten’. De jongere mooi zacht bruin en goed gebouwd, iets te tanig misschien, en charmant’.  Een schatje’ had Hesta hem genoemd. Die het heel goed met de wat oudere had kunnen vinden. Vooral toen bij die ruines van een antiek verleden. Dat ook hem mateloos boeide. En waarvan zij veel wist te vertellen. Waarvan hij notities maakte, op papier. Was net als Esreice een schrijver.  Ze deden aan bergsport.  Hadden een voor een mannen meer dan gebruikelijke educatie. Was opvallend goed mee te praten. Met wel dat rare van willen weten over hun vak. En daar veel van weten. Estrice gevoel te worden uitgehoord.  Over haar specialisatie op Y. En hoe wisten ze daarvan? Vooral door die oudere. Ook al zo atletisch mooi en onderhoudend. Leuke ontmoetingen waar ze met iets van heimwee aan terug dacht. Die haar filter beroerd had.

Twee keer ontmoet en zich haast aan ze opdringend.  Hier voor  wintersport?  Om zich te goed te doen aan het daardoor hier fraai vrouwelijk? Nogal anders dan die van het zuiden. Wat waren dit voor mannen, waar kwamen ze vandaan?  

Burton en Kervin. Ze hadden een horst in de zuidelijke bergen. ‘Hesta, moeten ze niet naar het zuiden, en wat doen ze dan hier’? ‘Wat kan ons dat schelen. Sinds wanneer bekommeren we ons over de herkomst van zwervers? Ze duiken op en verdwijnen weer, zijn slechts incidenten. Als ze ons zo nodig moeten waarom dan niet. We gaan eerst uitvoerig dineren, En dat zonder ze. We zien wel'. Estrice knikte instemmend en genoot weer van die doortastendheid van haar vriendin. Het eten was fantastisch, de wijn verrukkelijk. Daarna gezellig met de anderen samen zijn. Bekenden groeten. Op muziek elkaar benaderen, Ook Burton. ‘Ze ging morgen naar hun roedel´. Had ze uitvoerig over verteld. Wilde hij graag leren kennen.   ‘Moest mogen’, besliste Hesta, die gegevens uitwisselde.